UTRECHT - Het leven in een Nederlandse achterstandswijk is bijna altijd ongezonder dan in andere stedelijke gebieden van het land. Mensen hebben er gemiddeld een grotere kans op verschillende chronische ziekten en aandoeningen, zoals hoge bloeddruk, migraine, maagpijn, astma of de longziekte copd. Bovendien zijn er meer medisch onverklaarde klachten dan in andere stadswijken.


"De achterstandswijk is zéker zieker", concludeert het onderzoeksinstituut Nivel na een studie in 24 van de veertig probleemwijken die door minister Vogelaar (Wonen) zijn aangewezen om prachtwijken te worden.

Maar van dat verwachtingsvolle beeld is, ook wat betreft de gezondheid van de bewoners, nog allerminst sprake. Los van leeftijd, geslacht, etniciteit en inkomen loopt een bewoner uit een dergelijke buurt een extra risico op vijf tot zes aandoeningen, deels door het leven in een dergelijk gebied, stelt het Nivel. Dit instituut verrichtte het onderzoek in opdracht van de Landelijke Huisartsen Vereniging.

Het gaat vooral om onveilige wijken in de grote steden met veel overlast en een grotendeels sociaal-economisch zwakke bevolking. Lager opgeleiden leven gemiddeld vijf jaar korter dan hoger opgeleiden en brengen tien tot vijftien jaar minder lang door in goede gezondheid.

Leefstijl



Onderzoeker Walter Devillé: " Hoge bloeddruk, astma en copd hangen samen met de leefstijl, zoals roken en voeding. Om de gezondheid in de wijken te verbeteren, moeten we ons om te beginnen concentreren op de leefstijl."

Volgens Devillé laat het leefklimaat in deze wijken sporen na op het lichamelijk en geestelijk welbevinden van bewoners. Door de slechtere gezondheid van de bewoners hebben de huisartsen in achterstandswijken een hogere werklast. Bewoners blijken ook vaker de huisdokter te bezoeken. Huisartsen en praktijkondersteuners in achterstandswijken hebben bovendien ook meer te maken met agressie en barričres in de communicatie.

"Met opgeknapte woonwijken en een aardig nieuw ingericht buurtplein redden we het niet", zegt huisarts Hans Harmsen (59), al 28 jaar werkzaam in de Rotterdamse wijk Charlois. "We zullen in mensen moeten investeren. Bewoners tot een gezonder leven aansporen. En zeker de jeugd in die wijken."